Vanaf vrijdag 28 augustus kan de langverwachte nieuwe langspeler van Alabama Shakes in zijn volledigheid worden beluisterd. Elf jaar geleden, toen David Bowie, Prince, George Michael en Leonard Cohen allen nog tot de levende massa behoorden, verscheen de laatste plaat van de band rondom Brittany Howard.
Tot die heuglijke dag in augustus aanbreekt, behelpen u en ik ons, zonder morren overigens, met de reeds vrijgegeven singles, met Garden als meest recente worp. Het valt te typeren als een zachte en zwoele Southern-soultrack en is een welkome aanvulling op iedere playlist.
Het album luistert naar de titel I Must Be Dreaming en desgevraagd vertelt Howard dat die titel “een dubbele betekenis heeft. Het zou kunnen betekenen: ‘Ik moet wel dromen, want de wereld is momenteel zo verdomd krankzinnig.’ Maar het kan ook betekenen: ‘Ik moet wel dromen, want de wereld is zo ongelooflijk mooi.’ Beide dingen kunnen tegelijkertijd waar zijn.”
Ondergetekende beschikt over een acceptabele kennissen- en vriendengroep, dat zal u niet verbazen, waar Brittany Howard niet (actief) deel van uitmaakt. Hier liggen naar mijn bescheiden mening voornamelijk logistieke uitdagingen aan ten grondslag; ons kennende zouden wij het prima met elkaar kunnen vinden.
Gezeten aan een dusdanig grote, eikenhouten tafel, bedekt met bescheiden versnaperingen als kaas, borrelnoten en te besmeren Melba-toast, zouden wij ongetwijfeld gesproken hebben over de spitsvondige albumtitel van haar teruggekeerde band. Misschien wel tot in den treure, gezien mijn sterke band met het geschreven woord in al zijn vormen en toepassingen, niet gehinderd door de bijkomstigheid dat mijn wieg niet in de Verenigde Staten van Amerika stond, maar in een modale arbeiderswoning in een klein West-Europees land dat zich niet één, niet twee, maar driemaal terugvond in de eindstrijd van het Wereldkampioenschap voetbal (1974, 1978 en 2010).
Ik kan mij niet onttrekken aan het beeld dat Brittany Howard en ondergetekende, tussen vier à vijf borrelnoten door als het ware, spontaan een denkbeeldige lijst zouden opstellen met mogelijke andere albumtitels: even spitsvondig, even scherp en eventueel nog beter aansluitend op de algehele thematiek van het muzikale werk.
Zelf zou ik dan zonder schroom en met enige zwier een trits aan albumtitels presenteren, gelijk Donald Draper in de televisieserie Mad Men zijn nieuwe reclamecampagnes. Waarna Brittany Howard verrukt zou uitroepen: ‘Verrek, dat is het! Maar toch gaan wij voor I Must Be Dreaming, al was het alleen maar omdat de benodigde attributen reeds naar de perserij en drukker zijn verzonden.’ Lachend om deze praktische wending, zou onze vriendschap er geen deuk aan over houden, daar ben ik van overtuigd.
